1: Instappen:
- Instappen gelijk!
- 1! (één, voet op het voetenplankje)
- 2! (twéé, voet op het voetenbord)
- 3! (drie, zitten).
Daarna direct, en voordat je iets anders doet:
- Overslagen dicht!
2: Verlaten van het vlot:
- Uitzetten stuurboord / bakboord!
Meestal wordt direct hierna een koerscorrectie uitgevoerd (rechtleggen in het vaarwater). Zie hiervoor punt 7a: Kleine correctie vanuit stilstand.
Opmerking:
Bij het uitzetten met een scull geriggerde boot (bvb. C1, Skiff etc) duw je, krachtig, eerst de boot van de kant af, leg je de riem evenwijdig aan de kant, en duw je met de riem af. Je zorgt dat de holle kant van de riem aan het vlot cq. de steiger zit.
Bij het uitzetten met een boordgeriggerde boot (bvb. Mini) trek je, nadat de boot met kracht van het vlot is weggeduwd, de riem in, zet deze tegen het vlot cq. de steiger aan, en duwt af.
3: Wegvaren:
- Maak je klaar! (oprijden, bladen plat op het water / veilig boord, boot in balans).
- Slag klaar! (bladen verticaal, bedekt, in het water. Boot in balans).
- Af! (wegwezen)
Doe je dit nadat je boot hebt laten lopen, bvb. voor een brug, en de boot nog vaart heeft, dan:
- Opgelet!
- Go!
4: Ophouden met roeien:
- Opgelet! (tijdens het oprijden)
- Laat lopen! (tijdens de haal).
Hierna veilig boord, dus beide bladen plat op het water, boot in balans.
Opmerking:
Wanneer je een brug benadert waarvan je niet zeker weet of je er normaal roeiend onderdoor kan, of waarvan je zeker weet dat dit niet kan, laat je altijd lopen. Dus nooit roeiend onder de brug proberen door te komen en het aan de roeiers overlaten of ze wel of niet bukken, hun hoofd kapot stoten tegen de brug en of ze wel of niet zelf stoppen met roeien. Dit heeft in het verleden bij andere verenigingen al gezorgd voor tegen elkaar slaande riemen met ernstige beschadigingen tot gevolg.
Jij bent verantwoordelijk voor de roeiers én het materiaal!
5: Houden:
- Houden stuurboord! (stoppen met bocht naar stuurboord) of
- Houden bakboord! (stoppen met bocht naar bakboord) of
- Houden beide boorden! (Voor volledige stop)
Dit bevel wordt altijd beëindigd met:
- Bedankt voor houden stuurboord / bakboord / beide boorden!
Opmerking:
Houden doe je altijd vanuit de situatie dat de bladen plat op het water liggen. Door het blad langzaam tegen de druk van het water in te draaien bouw je de tegendruk op die de boot laat houden. Pas op het moment dat er geen tegendruk meer is, en de boot dus stil ligt, staan de bladen verticaal in het water.
6: rondmaken:
- Rond over stuurboord / bakboord! (afwisselen strijken/halen, strijken begint bij het aangegeven boord. Dus bij “rond over bakboord!” wordt begonnen met 1 haal strijken over bakboord. Bij het halen/strijken rij je volledig op tenzij de stuurman/vrouw vraagt om rondmaken met vaste bankjes.)
Alternatief is: “Rondmaken over stuurboord / bakboord!”
Dit bevel wordt beëindigd met:
- Bedankt voor rondmaken! cq. Bedankt voor rond!
7: Koerscorrecties:
7a: Kleine correctie vanuit stilstand:
- Klapje op Stuurboord / bakboord / beide boorden! De roeiers maken nu een roeibeweging vanuit gestrekte positie. Er wordt niet opgereden (Dus met vaste bankjes), en dit wordt gebruikt voor kleine correcties (bvb. rechtleggen van de boot in het vaarwater). De roeiers voeren het commando uit tot dat dit middels een tegen-commando wordt geëindigd.
- Klapje strijken stuurboord / bankboord! Zelfde, maar dan strijkend. Let op: Strijken doe je met de riemen omgedraaid, zodat je de druk van het water altijd op de holle kant van de riem krijgt en dus ook beter balans kan houden.
Hierbij kan de stuurman, afhankelijk van de situatie, ook het aantal gewenste klapjes aangeven. Bvb. “2 klapjes (strijken) op bakboord!”
Het commando wordt beëindigd met:
- Bedankt voor klapje stuurboord / bakboord / beide boorden! cq. bedankt voor klapje strijken stuurboord / bakboord / beide boorden!
7b: Grote(re) correctie vanuit stilstand:
- Halen stuurboord / bakboord / beide boorden! De roeiers maken een volledige haal, met volledig oprijden, over het gevraagde boord. De riem waarmee niet gehaald wordt blijft plat op het water (dus veilig boord). De roeiers voeren het commando uit tot dat dit middels een tegen-commando wordt geëindigd.
- Strijken stuurboord / bakboord / beide boorden! Zelfde, maar dan strijkend. Let op: Strijken doe je met de riemen omgedraaid, zodat je de druk van het water altijd op de holle kant van de riem krijgt, en dus ook beter balans kan houden.
Hierbij kan de stuurman, afhankelijk van de situatie, ook het aantal gewenste klapjes aangeven. Bvb. “2 halen / strijken bakboord!”
Het commando wordt beëindigd met:
- Bedankt voor halen stuurboord / bakboord / beide boorden! cq. bedankt voor strijken stuurboord / bakboord / beide boorden!
7c: Voor een koerscorrectie tijdens het roeien:
- Bakboord / Stuurboord best! ( nu wordt op het gevraagde boord extra kracht gezet, waardoor de boot van richting verandert.)
Als alternatief wordt ook wel het commando “Bakboord / Stuurboord sterk!” gebruikt.
Het commando wordt beëindigd met:
- Bedankt voor best! cq. Bedankt voor sterk!
8: Aankomen:
Bij het aankomen benaderd de boot het vlot in een hoek van ± 30o tot 45o.
Zodra de boot voldoende dicht bij het vlot is laat de stuurman de boordzijde aan het vlot hooghouden, en laat houden met het andere boord. Hierdoor wordt de boot met een bocht langs het vlot gelegd.
Commando’s:
- Stuurboord / bakboord hoog!
- Houden stuurboord / bakboord!
9: Uitstappen:
Omgekeerd van instappen.
- Uitstappen gelijk!
- 1! (voet op het voetenplankje)
- 2! (sta rechtop en plaats landzijde-voet op het vlot)
- 3! (beide benen op het vlot).
10: Afwijkende haalcommando’s:
- Opgelet! Light Peddle! Vanaf nu! Dit is een haal met weinig kracht (± ½ normale kracht). Wordt bvb. gebruikt bij het voorzichtig benaderen van een object (bvb. lage brug).
- Opgelet! Spoelhaal! Vanaf nu! Dit is een haal zonder kracht.
Einde commado’s: Bedankt voor Spoelhaal / Light Peddle.
Veel succes en een veilige en behouden vaart,
Jan Roemeling Frima